Schoonmoeders en schoondochters

Genderdiscriminatie en reproductieve gezondheid in Nepal

Anneke Donker

Abstract

Dit artikel gaat over de positie van getrouwde vrouwen in ruraal Nepal. Genderdiscriminatie komt in Nepal veel voor. Vrouwen verwerven alleen status door het baren van kinderen, liefst zonen. Als zonen trouwen, brengen zij de bruid mee naar hun eigen familie. Vanaf dat moment behoort de bruid tot de familie van haar echtgenoot. De positie van de moeder van de bruidegom verbetert op dat moment. Zij wordt schoonmoeder en kan veel van haar taken voortaan delegeren aan haar schoondochter. Deze heeft weinig autonomie en is op gebied van voeding en gezondheidszorg afhankelijk van haar schoonfamilie. Schoonmoeders hebben grote invloed op de gezondheid van hun schoondochters tijdens de zwangerschap, bevalling en in de post-partum periode. Dit heeft consequenties voor de strategie die in ontwikkelingsprogramma's gehanteerd zou moeten worden om de reproductieve gezondheid te verbeteren. Het artikel is gebaseerd op medisch-antropologisch onderzoek in een rurale gemeenschap in Nepal.

Santha (18 jaar) komt uit een gezin met vijf kinderen. Ze was thuis het enige meisje. Als haar vier broers naar school waren, was zij de enige die haar moeder thuis hielp. Op haar zestiende werd ze door haar ouders uitgehuwelijkt. Santha trouwde en trok in bij haar nieuwe familie in een dorp ver van haar geboorteplaats. Ze voelde zich alleen. Santha miste haar familie en moest hard werken bij haar schoonfamilie. Na een half jaar werd ze zwanger van haar eerste kind. Tijdens de zwangerschap voelde ze zich erg zwak. Van haar schoonmoeder moest ze even hard blijven werken als altijd. Die gaf haar geen minuut rust. Ook had Santha vaak honger, want haar schoonmoeder gaf haar niet genoeg te eten. Omdat ze zich zo zwak voelde, wilde Santha naar het ziekenhuis in een dorp verderop. Ze wist dat daar een vroedvrouw werkt die kan controleren of het kind goed groeit. Santha’s schoonmoeder vond dat niet nodig. Het zou zeker een halve dag kosten om naar het ziekenhuis te gaan en zolang kon ze Santha niet missen bij het werk op het land. De bevalling was erg zwaar. Een dag en een nacht had Santha vreselijk veel pijn en het kindje werd niet geboren. Haar schoonmoeder bleef bij haar tijdens de bevalling. Santha dacht dat ze dood ging en smeekte haar schoonmoeder dat ze de dokter moest roepen. Deze vond dat niet nodig. Ook weigerde ze om hulp van de vroedvrouw die bij hen in de buurt woont in te roepen. “Wat kan zij voor je doen dat ik niet kan”, zei ze. Ein- delijk werd de baby geboren, een meisje. De beentjes kwamen eerst en het hoofdje bleef vast zitten. Santha’s schoonmoeder masseerde haar en trok aan het lijfje van de baby. Santha had ondraaglijk veel pijn. Na ongeveer een half uur werd het hoofdje geboren. Een dag na de bevalling stierf de baby. Santha heeft er nog veel verdriet van en probeert nu opnieuw zwanger te worden. De vrouwen uit het dorp zeggen dat na de dood van een dochter het volgende kind een jongen zal zijn. Die gedachte geeft haar troost. De schoon- moeder denkt dat Santha en haar dochter het slachtoffer zijn geworden van boze geesten of heksen. Zodra ze weer zwanger is, brengt Santha’s schoonmoeder haar naar een dhami, een traditioneel genezer die de boze geesten weg kan jagen.

Santha vertelde mij haar verhaal tijdens mijn veldonderzoek in Nepal in 1998. Uit het verhaal blijkt dat zij geheel afhankelijk is van haar schoonmoeder. Tijdens haar zwan- gerschap en bevalling heeft zij weinig autonomie. Haar schoonmoeder bepaalt wat zij eet, of zij rust en of er professionele hulp wordt ingeschakeld. Santha’s verhaal staat niet op zich. Afhankelijkheid kenmerkt de positie van jonge getrouwde vrouwen in ruraal Nepal.

In dit artikel beschrijf ik de gevolgen die de afhankelijke positie van vrouwen heeft op hun gezondheid tijdens zwangerschap en bevalling. Eerst beschrijf ik kort de positie van vrouwen in Nepal in het algemeen. Deze positie wordt vervolgens geïllustreerd aan de hand van onderzoeksgegevens (35 interviews met moeders en schoonmoeders) die ik verzamelde tijdens een medisch-antropologisch onderzoek naar zwangerschap en geboorte in de centrale regio van Nepal (september 1998 – januari 1999).

Genderdiscriminatie in Nepal

Verschillende antropologen noemen de sociale status van vrouwen als een belangrijke factor die de reproductieve gezondheid beïnvloedt (Zie o.a. Browner & Sargent 1990, Freedman & Maine 1993). Maternale sterfte en hogere sterftecijfers voor jonge meis- jes dan voor jongens zijn directe indicaties voor de status die vrouwen hebben binnen een cultuur (McCormack 1982). Als vrouwen minder toegang hebben tot educatie, gezondheidszorg en productiemiddelen dan mannen, is de enige mogelijkheid voor hen om status te verkrijgen het baren van veel kinderen.

In Nepal sterven 875 vrouwen per 100.000 geboortes als gevolg van de bevalling (Nepal South Asia Centre 1998). De kindersterfte bedroeg in 1991 101 per 1000 levend geboren meisjes en 94 per 1000 levend geboren jongens (Unicef 1996) (ter vergelijking, in Nederland is de maternale sterfte 6/100.000 en de zuigelingensterfte 5.2 per 1000 levendgeborenen (The World Almanac 2000). Zoals in de meeste Zuidaziatische lan- den komt genderdiscriminatie in Nepal op grote schaal voor. De geboorte van een meisje is meestal een deceptie voor de ouders en hun familie. Meisjes kosten een familie veel geld. Zij moet haar groot brengen en als ze eenmaal de vruchtbare leeftijd heeft bereikt, wordt zij uitgehuwelijkt en meegegeven aan de familie van de echtgenoot.[note 1]Het uithuwelijken van kinderen is erg gebruikelijk in Nepal. Niet alle Nepalese jongeren worden echter uitgehuwelijkt. Met name in stedelijke gebieden verandert dit gebruik. Omdat 88% van de Nepalese bevolking in rurale gebieden woont en omdat mijn onderzoek in ruraal Nepal is gedaan, ga ik in dit artikel uit van het gebruik dat ouders hun kinderen uithuwelijken.
 Voor die tijd is een meisje een risico factor: zij kan de eer van haar familie ernstig scha-

den als zij haar maagdelijkheid verliest of – nog erger – ongehuwd zwanger wordt. Het bewaken van de maagdelijkheid van een dochter is een grote zorg voor de ouders en haar huwelijk is een zeer kostbare zaak. De ouders van de bruid hebben de taak om een zo groot mogelijk feest te organiseren en de omvang van de bruidsschat is een zaak van eer en trots. De arbeid die een getrouwde vrouw tijdens haar huwelijk verricht, en de kinderen die zij baart, komen ten goede aan haar schoonfamilie. Investeren in een dochter is in feite weggegooid geld. Het baren van een zoon biedt een veel beter per- spectief. Alle investeringen in een zoon gaan naar de eigen familie. Als zonen trouwen, brengen zij de bruid mee naar huis.[note 2]Of de bruid vanaf haar huwelijksdag permanent bij haar schoonfamilie woont, hangt af van verschillende factoren. Als er meerdere schoondochters zijn, kan zij met haar man een huis gaan bouwen en gescheiden gaan wonen. In het onderzoeksgebied wonen schoondochters in ieder geval bij hun schoonfamilie tot zij enkele kinderen hebben. Soms blijven zij daar wonen, soms verhuizen zij later met hun man en kinderen. Omdat dit artikel over de situatie rond zwangerschap en geboorte gaat, beperk ik me tot die gevallen waarbij de schoondochter bij haar schoonfamilie woont.
 Deze verlicht de arbeid van haar schoonouders aanzienlijk. De ouders van zonen zijn verzekerd van verzorging op hun oude dag en kunnen met een gerust hart sterven. De rituelen die nodig zijn na de dood van een hin- doe, kunnen alleen door zonen worden uitgevoerd. Het baren van een zoon brengt een vrouw dus status en deze wordt nog groter als haar zoon trouwt en zij schoonmoeder wordt. Schoondochters hebben nauwelijks autonomie zolang zij bij hun schoonfamilie wonen. Op alle gebieden, ook op het gebied van toegang tot gezondheidszorg zijn zij afhankelijk van hun schoonfamilie (zie ook Niraula 1994).

De onderzoekslocatie

Kathajor is een Village Development Committee (VDC)3 in Ramechhap, het enige dis- trict in de centrale regio van Nepal dat nog niet bereikbaar is voor gemotoriseerd ver- keer. Kathajor ligt op zo’n 1500 meter hoogte. De huizen staan verspreid over een aan- tal berghellingen en worden verbonden door smalle bergpaden. Er wonen ongeveer 4000 mensen.

Ramechhap ligt ten oosten van de hoofdstad Kathmandu in het voorgebergte van de Himalaya. Er wonen voornamelijk Hindoes en de meeste mensen zijn zelfvoorzienend door werk in de landbouw. Eventuele overschotten verkopen zij op de wekelijkse markt in Manthali, de hoofdplaats van het district. In het district Ramechhap zijn twaalf gezondheidsposten, een Primary Health Care Centre, een NGO-kliniek en een districtziekenhuis. Verder zijn er verschillende traditionele genezers actief.

Verwantschap en huwelijk

Kathajor kent een patrilineaire samenlevingsvorm. Meisjes trouwen met een man uit een ander dorp. Soms ligt dat dorp in hetzelfde VDC, maar meestal is het dorp verder weg. Families huwelijken hun kinderen uit. De gemiddelde leeftijd waarop meisjes in Kathajor worden uitgehuwelijkt is zestien jaar. De beslissing aan wie een meisje wordt uitgehuwelijkt nemen haar vader en broers. Zij beoordelen of de familie goed genoeg is voor hun dochter en zus. Huwelijken vinden doorgaans plaats binnen de eigen kaste. Meisjes accepteren de partner die voor hen is uitgezocht vrijwel altijd. Tot aan het huwelijk wonen kinderen in het dorp van hun vader. Zij werken van jongs af aan mee op het land en leren thuis hoe zij een goede echtgenote worden. Veel meisjes worden vroegtijdig van school gehaald om thuis mee te helpen of om te trouwen. Dochters krijgen bij het huwelijk een zo groot mogelijke bruidsschat mee, die bestaat uit geld, keukenspullen, kleding en beddengoed.

Van dochter naar schoondochter: het huwelijk

Alle geïnterviewde vrouwen (35) ervoeren de huwelijksdagen en de eerste periode daarna als een angstige periode vol onzekerheden. Een dag na de huwelijksceremonie die bij de bruid thuis wordt gehouden, geeft de familie het meisje mee met haar nieuwe (schoon)familie. Dit is vaak een zeer dramatisch moment. Het meisje vertrekt alleen met haar nieuwe familie die zij slechts één dag kent. Zij weet niet waar ze terechtkomt en hoe zij behandeld zal worden. Ze verlaat het dorp waar ze is opgegroeid, en laat haar familie en vriendinnen achter. Ze gaat een onzekere toekomst tegemoet.

Eenmaal aangekomen bij het huis van haar schoonfamilie, wordt zij voorgesteld aan alle familieleden. Tijdens deze ceremonie en tijdens de eerste maanden van het huwelijk, moet de nieuwe bruid respect betuigen aan haar schoonfamilie. Dagelijks moet zij knielen en met haar hoofd de voeten van haar schoonouders en man aanraken. Pas als de schoonfamilie voldoende overtuigd is van de gehoorzaamheid van het meisje, hoeft zij dit niet meer dagelijks te doen. Schoondochters horen ’s morgens als eerste op te staan en hard te werken.

Sukmaye (21 jaar) vertelde over haar eerste huwelijksperiode:

Toen ik veertien was, vertelde mijn vader dat ik ging trouwen. Ik zag mijn man voor het eerst op de dag van het huwelijk. Op die dag was ik bang omdat ik het huis van mijn moe- der moest verlaten. De eerste maanden waren erg zwaar. Ik huilde veel en voelde me eenzaam. Ik moest heel vroeg opstaan om water te halen en het huis schoon te maken. Elke morgen moest ik knielen voor mijn schoonouders en mijn man. Ik voelde mij daar diep ongelukkig bij. Het duurde een paar maanden, voordat ik gewend was en me iets beter voelde als schoondochter.

Alle geïnterviewde vrouwen spraken over de onzekerheid, eenzaamheid en vernede- ring zoals Sukmaye deze beschreef. In de eerste periode van het huwelijk leert de nieuwe schoondochter dat zij nu toebehoort aan haar schoonfamilie. Zij leert gehoor- zaam en onderdanig te zijn.

Kinderen

Naast werken is het baren van kinderen een belangrijke taak van een schoondochter. Zij moet er voor zorgen dat de familie in stand blijft. Dit kan alleen door zonen. De druk die de familie op een schoondochter legt om zwanger te worden loopt soms hoog op. Kalawati (25 jaar) vertelde hierover:

Ik was zeventien toen ik trouwde. Negen dagen na de huwelijksdag ging mijn man weer naar Kathmandu waar hij in het leger werkte. In de jaren daarna kwam hij maar een oftwee keer per jaar voor een paar dagen naar Kathajor. Ik werd niet zwanger. Er gingen een paar jaren voorbij en ik kreeg een jongere schoonzus, die binnen een jaar een zoontje kreeg. Mijn situatie werd steeds moeilijker want mijn schoonfamilie begreep niet waarom ik niet zwanger werd. Mijn schoonmoeder gaf me nog een jaar om zwanger te worden. Als het niet zou lukken, wilde ze een tweede vrouw voor haar zoon.

Rodhana (34 jaar) werd wel snel zwanger na haar trouwdag, maar ook zij stelde haar schoonfamilie teleur:

Ongeveer een jaar na mijn trouwdag werd ik zwanger. Mijn schoonmoeder ontdekte dat omdat mijn menstruatie stopte en ik plotseling mijn eetlust verloor. Zij vertelde het aan de anderen. Iedereen was blij, omdat ik de eerste schoondochter was die zwanger was. Er werd een meisje geboren. Het was pas de eerste dus ze vonden het niet erg dat het geen jongen was. Zelf was ik er ook blij mee. Maar toen ik twee jaar later mijn tweede dochter kreeg, was iedereen bedroefd. “Oh nee, twee meisjes”, zei mijn schoonmoeder teleur- gesteld. Twee jaar later werd mijn derde dochter geboren. Ik voelde me verdrietig en wanhopig. Drie kinderen vond ik genoeg maar ik moest doorgaan tot ik tenminste één zoon had.

Rodhana had geluk en kreeg nog twee zonen. Zij en haar man hebben genoeg land om alle kinderen te kunnen voeden. Vrouwen uit armere families die alleen meisjes baren, leggen een grote last op hun familie. Het belang van zonen betekent in de praktijk dat vrouwen meer kinderen baren dan zij zouden willen. Schoonfamilies zetten vrouwen die alleen dochters krijgen vaak onder druk om door te gaan tot er tenminste één maar liever twee zonen worden geboren. Het doormaken van meerdere zwangerschappen en bevallingen brengt grotere gezondheidsrisico’s voor vrouwen met zich mee. Vrouwen in Kathajor die veel kinderen hadden, klaagden veelvuldig over hun verzwakte lichaam tijdens en na de zwangerschappen. Vrouwen vertelden hierover:

Bij mijn derde zwangerschap wilde ik graag een zoon. Ik had al een dochter en nog maar één zoon. Het werd echter weer een dochter. Ik probeer nog een keer een zoon te krijgen. Dat willen mijn man en mijn schoonmoeder graag. “ Yauta aacha, ke aacha, yauta chora, ke chora” zei mijn schoonmoeder (Met één oog kun je niet goed kijken). Mijn schoonmoeder had vier zonen, maar er zijn drie van overleden. Als mijn enige zoon dood gaat, hebben we niets meer (Suntali, 26 jaar).

Ik kreeg op mijn negentiende een dochter en vier jaar later een zoon. Ik was tevreden, wilde geen kinderen meer, maar mijn schoonmoeder zei dat ze één zoon niet genoeg vond. Ik werd weer zwanger, maar helaas was het een meisje. Nu wil ik echt stoppen maar mijn schoonmoeder is het daar niet mee eens. Mijn schoonmoeder heeft zelf maar één zoon (mijn man). Tijdens de zwangerschap liet mijn schoonvader haar in de steek voor een andere vrouw en zij heeft nooit meer kinderen gekregen (Chari, 27 jaar).

Eén derde van alle geïnterviewde moeders was van mening dat zwanger zijn van een meisje veel meer gezondheidsproblemen geeft dan zwanger zijn van een jongen. Zij klaagden over een zwaar lichaam, niet goed kunnen werken, buik- en rugpijn, tijdens de zwangerschappen van meisjes, terwijl tijdens de zwangerschap van een jongen deze problemen zelden voorkomen. Bij deze vrouwen is dus al tijdens de zwangerschap sprake van een negatieve perceptie met betrekking tot meisjes. Twee moeders vertel- den over hun zwangerschappen:

Ik wist altijd of ik een meisje of een jongentje droeg. Als ik naar de kraan4 ging om water te halen en ik kon in één keer de gagri (waterpot) vullen (de kraan stopt vaak plotseling), dan kreeg ik een jongen. Als ik het vullen af moest maken bij een verder gelegen kraan, dan kreeg ik een meisje. Meisjes geven gewoon meer problemen bij zwangerschap en bevalling. Het klopte altijd (Devi Maya, 45 jaar).

Tijdens de zwangerschap van mijn dochter had ik veel problemen. In het ziekenhuis in Ramechhap zei de dokter dat die problemen kwamen, doordat ik een meisje droeg. Ook was de bevalling van mijn dochter veel pijnlijker en moeilijker dan die van mijn zonen (Cita, 48 jaar).

Zwangerschap en bevalling: rust, voeding, begeleiding, verzorging

Voor een gezonde zwangerschap en bevalling zijn (vanuit biomedisch oogpunt) de ele- menten rust, voeding, begeleiding en verzorging na de bevalling van groot belang. In Kathajor hebben schoonmoeders grote invloed op deze factoren.

Rust

“Did I bring you here, just to see your face?” is de titel van een hoofdstuk uit Labour pains and labour power, een studie naar zwangerschap en geboorte in Noord India (Jeffery, Jeffery & Lyon 1989). Schoonmoeders zeggen het tegen hun schoondochters om duidelijk te maken dat hard werken een van de belangrijkste plichten van een schoondochter is. Vrouwen in Kathajor herkenden deze uitspraak. Het zijn de schoon- moeders die de werklast van hun schoondochters bepalen. Tijdens de zwangerschap werken vrouwen doorgaans even hard als anders. Onvoldoende rust tijdens de zwan- gerschap werd door de vrouwen genoemd als een groot probleem. Santha (34 jaar) ver- telde:

Ik vond het soms zwaar om te werken tijdens de zwangerschappen maar ik kon niet veel rust nemen, af en toe vijf à tien minuten. Als ik op het land werkte, viel ik daar soms in slaap. Ik voelde me altijd erg moe. Ik wilde niet lui zijn dus ik werkte door. Vooral tij- dens de eerste twee zwangerschappen, toen ik nog bij de schoonfamilie woonde kreeg ik geen rust. Een schoondochter die niet hard werkt, moet zich schamen. Toen mijn man en ik een eigen huis kregen en gescheiden van de schoonfamilie gingen wonen, nam ik af en toe een beetje rust. Niemand kon daar meer iets van zeggen.

Vanuit biomedisch oogpunt is het nemen van voldoende rust een belangrijke voor- waarde voor een gezonde zwangerschap en bevalling. Het kan miskramen, verhoogde bloeddruk en een lage weerstand van moeder en kind voorkomen. Vrouwen die bij hun schoonfamilie wonen tijdens de zwangerschap, zijn op het gebied van rust afhankelijk van de schoonmoeder. De meeste schoonmoeders geven hun schoondochters weinig extra rust tijdens de zwangerschap.

Voeding

Ondervoeding vormt een groot risico voor moeder en kind tijdens de zwangerschap, bevalling en in de post-partum periode. Ondervoeding kan onder andere leiden tot ane- mie, algehele verzwakking, zodat een vrouw de bevalling niet aankan, een laag ge- boortegewicht van de baby, verminderde weerstand bij moeder en kind en te weinig melk voor borstvoeding. Vrouwen in Kathajor hebben minder toegang tot voedsel dan mannen, ook tijdens de zwangerschap. Het is de taak van schoondochters om te koken voor de familie en het voedsel te verdelen. Als iedereen genoeg gegeten heeft, eten schoondochters wat er over is van de familiemaaltijd. Veel vrouwen krijgen niet genoeg te eten tijdens hun zwangerschappen.

Begeleiding tijdens de bevalling

In het district Ramechhap bevalt 98% van de vrouwen thuis zonder professionele bege- leiding (New ERA 1999). Vrouwen in Kathajor die bij hun schoonfamilie wonen, wor- den tijdens de bevalling bijgestaan door hun schoonmoeders. De assistentie bestaat doorgaans uit het masseren van de schoondochter, het aanreiken van hete thee of jano- kodjhol (soort soep met kruiden) of suikerwater. Het doorsnijden van de navelstreng en het begraven van de placenta (een onrein karwei) doet de kraamvrouw meestal zelf. Alleen als er tijdens de bevalling ernstige complicaties optreden, (en indien de compli- catie wordt herkend!) zoekt men soms hulp bij een gezondheidspost of traditioneel genezer. Of er hulp wordt gevraagd, bepaalt niet de schoondochter die moet bevallen, maar een ander, met name de schoonmoeder. Deze besluit of het nodig is om assisten- tie van buiten in te roepen, op welk moment dit gebeurt en welke hulpverlener wordt geconsulteerd. Uit eerder onderzoek is gebleken dat oudere vrouwen meer vooroor- delen over personeel in gezondheidsposten hebben dan jonge vrouwen. Schoonmoe- ders zoeken voor hun schoondochters daarom eerder hulp bij traditioneel genezers dan bij een gezondheidspost (Niraula 1994).

Er zijn in Kathajor vijf vrouwen die zijn opgeleid tot vroedvrouw via een project van een ontwikkelingsorganisatie in samenwerking met de lokale overheid. De oplei- ding is een twaalfdaagse cursus waarin de vrouwen leren hoe zij een normale bevalling hygiënisch en veilig kunnen begeleiden. Ook leren zij complicaties te herkennen. Uit het onderzoek bleek echter dat men deze vrouwen zelden vraagt om een bevalling te begeleiden. Zij worden pas geroepen als een bevalling erg lang duurt en er complica- ties zijn opgetreden. De vroedvrouwen worden dus vaak geconfronteerd met proble- matische bevallingen terwijl zij alleen zijn opgeleid om normale bevallingen te bege- leiden. De opgeleide vroedvrouwen waren vrouwen van 28-40 jaar. Geen van deze vrouwen had zelf een schoondochter. De diensten en kwaliteiten van vroedvrouwen zijn onvoldoende bekend bij de bewoners van Kathajor. Er is weinig vertrouwen en schoonmoeders vinden het niet nodig om een vroedvrouw te consulteren voor een nor- male bevalling.

Verzorging tijdens de kraamtijd

Na de bevalling zijn vrouwen in Kathajor voor bepaalde tijd onaanraakbaar, onrein. Zij blijven binnenshuis en niemand raakt hen aan. Ook indirect contact, via bijvoorbeeld een bord, beker, kledingstuk of de baby wordt vermeden. De priester maakt een einde aan deze situatie door een ritueel, genoemd puja, te houden waarbij hij de onreinheid van de moeder en haar familie opheft. Op die dag geeft hij de baby ook een naam. De onaanraakbare fase duurt tussen de drie en elf dagen, afhankelijk van de kaste en andere factoren. Een reden om de onreinheid van de moeder snel op te heffen bijvoor- beeld dat de familie haar niet kan missen als arbeidskracht.

Hoe lang de vrouw rust krijgt, hangt volledig af van de schoonmoeder. Veel schoonmoeders zien hun schoondochters het liefst zo snel mogelijk weer aan het werk. De schoondochter zelf heeft daar niets over te zeggen. Het gevolg is dat veel vrouwen nog verzwakt zijn als zij weer gaan werken na de bevalling. Devi Maya (45) kreeg wei- nig rust na de geboorte van haar kinderen:

Ik had veel problemen met mijn schoonmoeder! Vijf dagen na de bevalling moest ik weer koken, met vijftien dagen weer volop werken en na een maand moest ik al zwaar werk op het land, ver weg doen. Dan moest ik mijn baby achterlaten en voelde ik me vreselijk ongerust.

De positie van een schoondochter die schoonzussen heeft, is vaak gemakkelijker dan schoondochters die er alleen voorstaan. Als er meerdere schoondochters zijn, moet de schoonmoeder haar aandacht verdelen. Schoonzussen kunnen elkaar steunen, ook tij- dens de zwangerschap en bevalling. Na de bevalling nemen schoonzussen het werk over zodat de kraamtijd verlengd kan worden.

Enkele vrouwen gingen na de eerste bevalling een aantal weken tot een paar maan- den met de baby naar hun eigen familie om bij te komen. Dit was alleen het geval na de eerste bevalling, omdat er dan nog geen andere kinderen zijn om voor te zorgen. De schoonmoeder beslist of een vrouw mag gaan en hoe lang ze weg mag blijven. De schoonmoeder van een twintigjarig meisje vertelde:

Ik liet mijn schoondochter zes maanden na de bevalling naar haar eigen moeder op bezoek gaan. Waarom zou ik haar eerder laten gaan? Ik zie en behandel haar als mijn eigen dochter. Dan is het toch niet nodig om naar haar moeder te gaan. Bovendien wilde ik de baby eerst zelf zien groeien. De vorige was binnen een paar dagen dood (Sukmaye, 48 jaar).

Na de bevalling mag een vrouw vanwege haar onreinheid niet koken. Haar schoon- moeder verzorgt haar. In Kathajor zijn het voornamelijk de oudere vrouwen die veel waarde hechten aan bepaalde voedseltaboes na de bevalling. Het gaat hier om de balans van het lichaam die verstoord zou raken door ‘koud’ en ‘heet’ voedsel. Schoon- moeders geven hun schoondochters alleen ‘heet’ voedsel na de bevalling. Bijna alle groentes zijn ‘koud’. Kraamvrouwen eten dus weinig groentes en vlees (vlees staat bekend als moeilijk verteerbaar). Jonge vrouwen (schoondochters) hechten veel min- der waarde aan deze voedseltaboes dan oudere vrouwen. Vrouwen die niet bij hun schoonfamilie wonen, houden doorgaans geen rekening met ‘heet’ of ‘koud’ voedsel na de bevalling.

Schoondochters in opstand

Vrouwen herwonnen soms controle over hun eigen leven en gezondheid. In dit artikel wordt de positie van getrouwde vrouwen die bij hun schoonfamilie wonen beschreven. De meeste schoondochters in Kathajor wonen ten tijde van hun eerste huwelijksjaren (en hun eerste zwangerschappen) bij hun schoonfamilie. In de loop van het huwelijk verhuizen sommige vrouwen met hun man om elders in het dorp een zelfstandig bestaan op te bouwen. Zij gaven verwaarlozing door de schoonmoeders meer dan eens aan als reden van de beslissing om zelfstandig te gaan wonen. Vrouwen die niet meer bij hun schoonfamilie woonden, genoten van de vrijheid die zij ervoeren, ook tijdens de zwangerschap.

Soms is de scheiding van schoondochter en schoonfamilie tijdelijk. Sukmaye (25) bijvoorbeeld woonde tijdelijk met haar man in Kathmandu. Zij beviel van haar eerste kind in Kathajor, bij haar schoonfamilie. Zij moest hard werken tijdens de zwanger- schap en haar schoonmoeder assisteerde bij de bevalling. Zij liet geen prenatale contro- les uitvoeren tijdens de zwangerschap. Het tweede kind werd geboren in de stad. Deze zwangerschap ervoer zij heel anders dan de eerste:

Tijdens mijn tweede zwangerschap woonde ik in Kathmandu met mijn man. Ik ging een keer per maand naar het ziekenhuis voor controle en hoefde alleen wat huishoudelijk werk te doen. Wat een heerlijk leven. Tijdens de bevalling heeft mijn man me geholpen. Hij masseerde mij en bleef er bij tot het kind geboren was. Daarna heeft hij me verzorgd. Dit kon alleen, omdat we in Kathmandu woonden zonder schoonmoeder die zich ermee bemoeit en buren die over je praten.

Aansturen op een verhuizing is niet de enige vorm van tegenwicht die schoondochters bieden. Schoondochters leiden hun schoonmoeder soms om de tuin of grijpen hun kans zodra haar aandacht verslapt. Eén vrouw liet bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap van haar eerste kind in het geheim meerdere malen controles uitvoeren in het ziekenhuis in een dorp in de buurt. Zij vertelde dan aan haar schoonfamilie dat zij een bezoek bracht aan haar moeder die vlakbij het ziekenhuis woont. Alleen haar schoonzus wist van de bezoeken.

Conclusies

Uit literatuur blijkt dat vrouwen in de Nepalese samenleving een ongelijkwaardige positie hebben en van jongs af aan gediscrimineerd worden. Zij hebben minder toegang tot educatie, gezondheidszorg en productiemiddelen dan mannen. In Kathajor begint deze discriminatie al voordat een meisje geboren is. De zwangerschap en beval- ling van een meisje roepen bij vrouwen in Kathajor allerlei negatieve associaties op, terwijl zij van mening zijn dat de zwangerschap en bevalling van jongens doorgaans vlekkeloos verlopen. Vrouwen verkrijgen alleen status door het moederschap. Hoe meer zonen, hoe meer status. Een zoon leidt tot de positie van schoonmoeder als hij trouwt. Vrouwen die kinderloos blijven of alleen dochters krijgen, moeten hun hele leven voor zichzelf zorgen. Als zij oud worden, is er niemand om hun arbeid over te nemen. Doordat status zo sterk verbonden is met het moederschap van zonen kunnen vrouwen weinig invloed uitoefenen op hun positie.

Om de relatie tussen schoonmoeder en schoondochter te begrijpen, is het van belang deze te plaatsen in de bredere culturele context. De discriminatie die vrouwen van jongs af aan ondervinden en het harde leven dat zij vaak leiden, maken de houding van schoonmoeders tegenover hun schoondochters begrijpelijk. Na een leven van hard wer- ken kunnen zij eindelijk taken delegeren. Zij weten als geen ander hoe belangrijk het is voor een vrouw om zonen te hebben. Ook weten zij hoeveel zorgen en kosten het groot- brengen van meisjes met zich meebrengt. In dit licht bezien is het begrijpelijk en liefde- vol dat schoonmoeders hun schoondochters aansporen om door te gaan met het krijgen van kinderen tot zij tenminste twee zonen hebben. Zij willen het beste voor hun familie. Biomedisch bezien brengt het hoge kindertal misschien gezondheidsrisico’s met zich mee, in sociaal-cultureel opzicht geeft een groot kindertal en een aantal zonen veel status aan een vrouw en is zij verzekerd van verzorging als zij te oud is om te werken. De schoondochters in dit onderzoek spraken vaak heel negatief over hun schoonmoeder die zoveel controle over hun leven had. Het is interessant te bedenken dat deze schoondoch- ters over vijftien of twintig jaar zelf schoonmoeders zijn. Het is de vraag of zij anders dan hun eigen schoonmoeder met deze positie omgaan. De achtergestelde positie die deze vrouwen nu ervaren en de moeite die zij moeten doen om enige status te verwer- ven, maakt dit niet waarschijnlijk Uit het onderzoek bleek wel dat schoondochters van nu bepaalde gebruiken niet meer overnemen. Een voorbeeld hiervan is ‘koud’ en ‘heet’ voedsel. Schoondochters die niet bij hun schoonfamilie wonen tijdens de kraamtijd, eten wat beschikbaar is en houden geen rekening met ‘koud’ of ‘heet’ voedsel.

Schoonmoeders hebben invloed op de gezondheid van hun schoondochters. Dezen hebben weinig autonomie en vormen een kwetsbare groep, omdat zij in de reproduc- tieve levensfase verkeren. Zwangerschap en bevalling zijn in Nepal de grootste ge- zondheidsrisico’s voor vrouwen (Unicef 1996). Schoonmoeders hebben grote invloed op factoren die een gezonde zwangerschap en bevalling bevorderen. Rust, prenatale controles en goede voeding tijdens de zwangerschap, begeleiding tijdens de bevalling en verzorging in de kraamtijd zijn factoren waarop een zwangere schoondochter wei- nig invloed heeft, zolang zij bij haar schoonfamilie woont. Zij is afhankelijk van haar schoonmoeder. Sommige schoondochters komen in opstand tegen hun schoonfamilie door aan te sturen op een scheiding. Zij gaan samen met hun man en kinderen elders wonen en krijgen in de nieuwe situatie meer autonomie.

Van de getrainde vroedvrouwen maken zwangere vrouwen in Kathajor weinig ge- bruik. Het nut van het werk van deze vroedvrouwen is bij schoonmoeders in Kathajor nauwelijks bekend. Dit houdt verband met de geringe kennis die zij hebben over de risico’s tijdens zwangerschap en bevalling. Deze kennis is niet vergroot door het pro- ject waarbij lokale vrouwen een training voor vroedvrouw kregen aangeboden. Het project was alleen gericht op getrouwde vrouwen in de vruchtbare leeftijd en niet op schoonmoeders. Projecten ter bevordering van de reproductieve gezondheid zullen meer succes hebben als zij zich ook richten op voorlichting aan oudere vrouwen en mannen en niet alleen aan getrouwde vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Verstrekken van informatie over hygiëne tijdens de bevalling heeft weinig zin als men uitsluitend jonge vrouwen benadert, aangezien het doorgaans de schoonmoeders zijn die bij de bevalling assisteren. Omdat schoonmoeders zo’n grote invloed hebben op het verloop van de zwangerschappen en bevallingen van hun schoondochters, is het van groot belang dat deze oudere vrouwen informatie krijgen over risico’s en hoe zij die kunnen beperken.

Noten

Anneke Donker studeerde in 2000 af in de Culturele Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, met als specialisaties medische antropologie en de regio Zuid-Azië. Zij deed (leer)onderzoek naar zwangerschap en geboorte in ruraal Nepal. Momenteel werkt zij als pro- gramma-assistent bij Cordaid en volgt de Postdoctorale Opleiding Ontwikkelingsstudies in Nijmegen. [E-mail: anneke.donker@hetnet.nl].

Literatuur

Browner, C.H. & C.F. Sargent 1990 Anthropology and studies of human reproduction. In: Th.M. Johnson & C.E. Sargent (eds), Medical anthropology: Contemporary theory and method. New York: Praeger, pp. 215-29.
Donker, J.A. 1999 Vrouwen van Kathajor: Een medisch-antropologisch onderzoek naar zwangerschap en geboorte in ruraal Nepal. Doctoraalscriptie Culturele Antropologie, Universiteit van Amsterdam.
Freedman, L. & D. Maine 1993 Women’s mortality: A legacy of neglect. In: M. Koblinsky, J. Timyan & J. Gay, Boulder (eds), The health of women. A Global Perspective. San Francisco & Oxford: Westview Press, pp. 147-70.
Jeffery, P., R. Jeffery & A. Lyon 1989 Labour pains and labour power. Women and childbearing in India. London: Zed Books
Nepal South Asia Centre 1998 Human Development Report 1998. Kathmandu, Nepal South Asia Centre.
New Era 1999 A baseline health survey in Ramechhap District (submitted to the rural health devel- opment project, SDC, Nepal).
Niraula, Bhanu B. 1993 Use of health services in central Nepal. Health Transition Review 4: 151-66. 
Unicef/National Planning Commission/HMG Nepal 1996 Children and women of Nepal. A situation analysis. 
Unicef Nepal. World Almanac, The 2000 http://ea.grolier.com/ea-online/wsja/text/ch07/tables/wl088.htm